Olympische skeet

Een Skeetbaan voor Olympische Skeet bestaat uit een Hoog Huis links en een Laaghuis rechts. Beide werphuizen staan 38,8meter uit elkaar. De verbindingslijn tussen deze twee huizen noemt men de Basislijn.
Er zijn 7 schietposten (0,9m x 0,9m) die op gelijke afstanden van mekaar staan (telkens 8,13 meter tussen de middenlijn) in een gebogen lijn, deze lijn zijnde een deel van een cirkel waarvan het middelpunt gelegen is op 5,5meter voorbij de basislijn (19,2m van de voorzijde van elke post). Het middelpunt van de cirkel is aangeduid met een markeerpaal.
Post 8 (0,9m x 1,85m) ligt midden op de basislijn met lengteas op deze lijn.
In elk huis is er een werpmachine. De klei van Hoge huis vertrekt boven het hoofd van de schutter op post 1 op een hoogte van 3,05 meter (± 0,05m). De klei van het Lage huis vertrekt op een hoogte van 1,05m (± 0,05m), rechts van de schutter op post 7. Bij de dubbel moeten de kleis kruisen boven het middelpunt van de cirkel, doorheen een verticaal opgestelde (controle)ring met doormeter 90 à 95 cm waarvan de laagste punt zich bevindt op een hoogte van 4,60 boven het middelpunt van de cirkel. Op een horizontaal terrein en bij kalm weder vallen de kleis op de grond na een vlucht van 68 ±1meter. De kleis moeten worden geschoten binnen de eerste 40,4meter van hun vlucht (deze grens wordt vaak aangeduid met markeerpalen).
Een Skeetparkoers ziet er dus uit als volgt (naar ISSF uitgave 2013).

FIGUUR

Een skeetbaan is verplicht voorzien van een Timer. Door het gebruik van deze timer vertrekt de klei na 0 tot 3 seconde nadat ze door de schutter wordt “geroepen”.

De Olympische Skeetschutter heeft een min of meer horizontale, gele lijn op de schietvest. De plaats van deze lijn is bij reglement ter hoogte van de punt van de elleboog wanneer beide bovenarmen stevig naast het lichaam worden gehouden met de vingers aan de schouders. De geweerkolf moet laag gehouden worden, tot aan deze gele lijn, en dit van bij het afroepen van de klei tot de klei vertrokken is (er mag pas worden geschouderd, nadat de klei vertrokken is.)

Per beurt komen er op de posten 1, 2, 3, 5 en 6 eerst een enkele uitgaande klei en daarna een dubbel (twee kleis tezelfdertijd): één van het hoog huis en één van het laag huis. Bij de dubbels moet de uitgaande klei eerst worden geschoten: het “Hoge huis eerst” op posten 1, 2 en 3, het “Lage huis eerst” op posten 5 en 6. Op post vier tussenin heeft men twee enkele, hoog huis eerst, maar na de dubbel op post 7 (laag huis eerst) –hier geen enkele kleis- heeft men twee dubbels op post vier: de eerste hoog huis eerst, de tweede laag huis eerst. Hierna heeft men nog twee enkele op post 8 (hoog huis eerst).
Bij de Olympische Skeet is twee keer schieten naar de enkele kleis absoluut niet toegestaan, evenmin als het bijladen van het wapen tussen twee enkele kleis, behalve op post 8 waar, voor de veiligheid bij het draaien van het hoge naar het lage huis, slechts één patroon mag geladen worden, zodat er geen geladen patroon in het wapen is wanneer de schutter zich omdraait.

Een Olympische wedstrijd bestaat uit 5 kwalificatieronden van 25 schoten of kleis, en een Finale.

De Finale wordt bevochten door de beste 6 atleten uit de 5 kwalificatieronden. Ze beginnen de finale met score “nul” (“Start from zero”) en ze moeten schieten in de volgorde van hun plaats in de kwalificatieronden en het daaruit volgend rugnummer (deze met de hoogste score na de 5 ronden heeft rugnummer “1” en schiet eerst, enz.).
De Finale heeft een ander parcours dan de kwalificatieronden en bestaat uit 6 opeenvolgende reeksen van 5 dubbels (10 schoten). De scores van deze reeksen tellen op tijdens het finaleverloop.

    Reeksen 1, 3 en 5:
    • Post 3: dubbel van hoog (gewone dubbel), dubbel van laag (omgekeerde dubbel)
    • Post 4: dubbel van hoog
    • Post 5, dubbel van hoog (gewone dubbel), dubbel van laag (omgekeerde dubbel)
    Reeksen 2, 4 en 6:
    • Post 3: zoals hierboven
    • Post 4: dubbel van laag
    • Post 5: zoals hierboven

Bij de finale schiet elke finalist reeksen 1 en 2, zijnde 20 schoten. De schutter met de laagste score valt dan af. Bij gelijke “laagste score”, en dit geldt na elke reeks van 10 kleis, valt de “laatst geklasseerde na de 5 kwalificatieronden” af (= de finalist met het hoogste rugnummer).
Vervolgens schieten de 5 overgebleven finalisten reeks 3: de laagste totaalscore valt af.
Vervolgens schieten de 4 overgebleven schutters reeks 4: de laagste totaalscore valt af
Vervolgens schieten de 3 overgebleven schutters reeks 5: de laagste totaalscore valt af. Deze finalist wordt derde (behaalt Brons).
De twee overgebleven schutters schieten voor Goud en Zilver (eerste en tweede plaats).

Indien er na de zesde reeks gelijke stand is tussen de twee laatst-overgebleven finalisten volgt een shoot-off. Deze shoot-off verloopt volgens het parkoers van de finale maar telkens per één dubbel: de eerste schutter schiet de eerste dubbel op post 3, daarna schiet de tweede schutter deze dubbel. Vervolgens wordt door beide finalisten de tweede (omgekeerde) dubbel op post 3 geschoten, enzovoort. Tot een van beiden minder scoort dan de tegenstrever. Deze laatste wint dan Goud en behaalt de eerste plaats.

Algemeen:

  • De kwalificaties worden voor ISSF- en Olympische wedstrijden en E.K. of W.K. over minstens twee dagen gespreid: dag 1= 75 schoten, dag 2= 50 schoten + finale (of minder frekwent toegepast: 1=50, 2=50, en 3=25+finale)
  • Er is een norm voor munitie. Bij ISSF-wedstrijden en Olympische wedstrijden wordt in de landen waar loodhagel toegelaten is, loodhagel voorgeschreven.
    • Voor loodhagel geldt: gewicht maximum 24 gram, korrelgrootte 9 (of 10)
    • Voor staalhagel (bij landelijk verbod op lood) geldt eveneens 24 gram maximum, en is er de keuze tussen korrel 7 en 9.
      • Korrel 7 (grovere korrel)  kleis gaan beter breken
      • Korrel 9 (fijnere korrel, = meer korrels)  meer kans (?) op raken van de klei.
Tags: