Disciplines Klei

Kleischieten is de kunst een bewegend doel, kleischijf genaamd, te treffen met een geweer met gladde lopen.
In Vlaanderen wordt kleischieten beoefend door 16 tot 90 jarigen.
Het kan een hobby zijn die veel persoonlijke voldoening en ontspanning schenkt, maar het is ook een competitieve sport die op lokaal, regionaal, nationaal of internationaal niveau kan beoefend worden met inbegrip van de Olympische spelen.

Jachtparcours

Onder de algemene titel Jachtparcours zijn de volgende disciplines vervat:

Jachtparcours Fitasc

FITASC (Féderation Internationale de Tir aux Armes Sportive de Chasse) jachtparcours is een schietdiscipline die het nauwst verwant is aan de jacht op natuurlijk wild, met als belangrijkste uitzondering dat het ten strengste verboden is om op enig levend wezen te schieten. In plaats daarvan wordt er geschoten op diverse types artificiele doelen (kleischijven) : normale kleischijven met een diameter van 120 mm, kleischijven met een diameter van 80 mm (mini’s), kleischijven met een diameter van 60 mm (bourdons of super mini’s), kleischijven die over de grond rollen (rabbits) en zeer platte kleischijven die zich keren in hun vlucht (battu’s). De werpmachines worden bij voorkeur verborgen opgesteld in een natuurrijke omgeving waarbij het zicht op de doelen kan belemmerd worden door bomen en struikgewas. Competities worden geschoten in series van 25 kleischijven verdeeld over 3, 4 of 5 verschillende schietposten. Belangrijke kampioenschappen worden verschoten op 200 kleischijven verdeeld over 8 verschillende lijnen. Op een post is slechts één schutter van een groep (max. 6 schutters) aktief. Hij laadt zijn wapen in de schietpost, bereid zich voor en geeft vervolgens aan de scheidsrechter het commando tot lanceren van de kleischijf. De scheidsrechter geeft dit commando door aan de operator van de werpmachines met behulp van een toeter of fluitje. De schutter mag het wapen pas schouderen vanaf het moment dat hij de kleischijf effectief ziet. Er wordt geschoten op enkele kleischijven, dubbels op schot (de schutter schiet op een eerste kleischijf en op dit schot wordt een tweede kleischijf gelanceerd), simultane dubbels (twee kleischijven vertrekken gelijktijdig) of raffal dubbels (eenzelfde machine lanceert zeer kort achter elkaar twee kleischijven). Voor meer info zie www.fitasc.com
FITASC Jachtparcours is wellicht de meest populaire jachtparcoursdiscipline maar gezien het concept ook een van de duurste.

Compak sporting

Deze discipline is nauw verwant aan FITASC jachtparcours doch de praktische organisatie werd door FITASC sterk vereenvoudigd zodat ook kleinere schietstanden op al dan niet bestaande skeet of trap layouts ook een jachtparcours discipline kunnen aanbieden. De praktische organisatie leunt zeer nauw aan bij de trapdisciplines : er zijn vijf schietposten op één lijn en de schutters in iedere post schieten om beurt. Op iedere post wordt een menu van 5 kleischijven geschoten waarna de schutters roteren naar de volgende post. Dit menu kan bestaan uit 3 enkele kleischijven en één dubbele of 1 enkele kleischijf gevolgd door twee dubbels, hetzij dubbels op schot, hetzij simultane dubbels. Voorts mogen de schutters geschouderd vertrekken en mag de organisator beroep doen op een microfoon gebaseerde lanceerinstallatie. Ten slotte werd ook de diversiteit van trajecten gedeeltelijk gereduceerd : hierbij vertrekt men van een denkbeeldige rechthoek die zich situeert voor de lijn der schietposten en waarbij men eisen oplegt aan de doeltrajecten met betrekking tot deze rechthoek. Het doel van dit laatste was om de moeilijkheidsgraad van de discipline aan banden te leggen zodat ook “mindere” schutters mooie scores kunnen realiseren in het Compak concept. Gezien het concept is de kostprijs van organisatie beperkt en betaalbaar voor het merendeel der schutters. Voor meer info zie www.fitasc.com

ZZ

ZZ (Hélices of electro cibles) is een buitenbeentje in het jachtparcoursschieten. Hierbij wordt er geschoten op roterende vleugeltjes. Het concept gaat als volgt : op 25 meter voor de schietpost bevinden zich 5 lanceermachines. Wanneer de schutter aangeeft dat hij klaar is start de operator de werpmachines waarbij een aandrijfmotor het vleugeltje op hoge snelheid laat rondspinnen en de machine zelf een links-rechts beweging begint uit te voeren. Op het “pull” commando van de schutter wordt willekeurig één van de vijf rondspinnende vleugeltjes gelanceerd waarbij het traject van dit vleugeltje nagenoeg onvoorspelbaar is. De schutter tracht nu het ingeklikte witte schijfje uit het vleugeltje te schieten. Hiervoor moet dit schijfje zeer goed getroffen worden (enkele hagelkorrels volstaan meestal niet) en als het schijfje dan toch loskomt van het vleugeltje dan moet het binnen een cirkelvormige omheining (cirkelvormig tov de schietpost) neervallen. Een ZZ competitie verloopt zeer traag en is meestal zeer duur. www.fitasc.com

English sporting

English Sporting is vooral in Amerika en Engeland populair. Het is een eenvoudig concept waarbij er op iedere schietpost enkel op dubbels geschoten wordt. Typisch wordt een wedstrijd van 100 kleischijven georganiseerd over 10 à 12 (soms 14) verschillende posten waarbij iedere schutter op ieder post 3 à 5 indentieke dubbels schiet. De schutter mag geschouderd vertrekken. Qua terrein en de gebruikte doelen is deze discpline verlijkbaar met FITASC jachtparkoer. Gezien het concept is de kostprijs van organisatie beperkt en betaalbaar voor het merendeel der schutters. Voor meer info zie cpsa.co.uk

Sporttrap

Sporttrap kan best vergeleken worden met COMPAK Sporting. De verschillen zijn : het menu op ieder post heeft dezelfde template ttz één enkele kleischijf, één dubbel op schot en één simultane dubbel. Voorts bestaan er geen limieten wat betreft trajecten. Voor meer info zie cpsa.co.uk

Trap

De kleischijven worden vanaf een of meerdere machines gelanceerd.
De werpmachine(s) bevinden zich op ± 15 meter voor de schutter.
Snelheid, hoek en hoogte kunnen afhankelijk van de discipline variëren.

Olympische trap

Zoals de naam het reeds aangeeft is dit een van de disciplines die deel uitmaken van het schietprogramma op de olympische spelen. De gracht voor de schietposities bevat 15 werpmachines, in 5 groepen van 3 machines. De schutters schieten elk naar een kleischijf en verplaatsen zich dan in de richting van de klok naar de volgende schietpositie. De kleischijven vertrekken onmiddellijk bij de afroep van de schutter en worden geselecteerd door een schietschema dat er voor zorgt dat elke schutter identiek dezelfde selectie van een van de drie machines voor hem schiet; alleen gebeurt dit in een onvoorspelbare volgorde.
De machines worden ingesteld zodat de kleischijven tussen de 75 en 80 meter vliegen.

Universele trap

Bij universele trap worden er vijf machines gebruikt, die op verschillende hoogte, snelheid en hoek geregeld zijn. Bij het afroepen van een kleischijf vertrekt deze willekeurig vanaf een van de vijf machines. Horizontale hoeken kunnen tussen 0 en 45° zijn en de werpafstand is tussen 60 en 70 meter.

Amerikaanse trap

Deze discipline lijkt op olympische trap, maar is eenvoudiger en goedkoper te realiseren. In plaats van 15 machines staat er in de gracht maar 1 machine, die echter zowel horizontaal als verticaal beweegt, waardoor er ongeveer dezelfde variatie bereikt wordt als in Olympische trap.
De kleischijven worden gelanceerd tot 80 meter ver.

Olympische dubbeltrap

Voor olympische dubbeltrap wordt dezelfde schietstand gebruikt, als die voor olympische trap. Twee kleischijven worden simultaan gelanceerd. Er wordt gebruik gemaakt van de machines nr. 7, 8 en 9 (de machines die voor post 3 staan).
De linkse machine (nr. 7) lanceert een kleischijf naar rechts (maximum 5°), de middelste machine (nr. 8) rechtdoor en de rechtse machine (nr. 9) naar rechts (maximum 5°). De hoogte van het traject ligt tussen 3 en 3,5 meter (op 10 meter van de machine) en de werpafstand is 55 meter.
De kleischijven worden gelanceerd na een wachttijd van 0 tot 1 seconde.

Down The Line

Down the Line is een trapdiscipline waarvan de regels eenvoudiger zijn dan de voornoemde disciplines.
De kleischijven worden 45 tot 50 meter ver geworpen op een vaste hoogte van ± 2,75 meter en met een horizontale spreiding van 22° links en rechts.

Skeet

Hoewel de Skeet ontstond in de USA is ze buiten het geboorteland danig geëvolueerd. Vooral de Olympische Skeet, die tot dusver op het Europese vastenland het meest wordt beoefend, is na een aantal wijzigingen zeer moeilijk en zeer frustrerend ervaren. Buiten de Olympische zijn er echter nog een aantal andere vormen van de skeet. En deze andere vormen zijn zeker minder moeilijk dan de Olympische en een goede aanloop voor de beginners en, waarom niet?- ook een goede “uitloop” voor de oudere en tragere schutter voor wie de Olympische Skeet te moeilijk wordt.

Alle vormen van Skeet gebeuren op dezelfde skeetbaan waarvan de afmetingen door de ISSF (International Sport Shooting Federation) zijn vastgelegd. De kleischijven vertrekken als enkels en als dubbels uit een hoog en een laag huis, beide op 38,6meter van mekaar, in een welbepaalde richting en de schutters verplaatsen zich over 8 posten waarvan 7 op gelijke afstand van mekaar staan in een cirkelsegment waarvan het middenpunt ligt 5.5meter voorbij de basislijn tussen het midden van beide huizen, en de 8ste midden tussen beide werphuizen. De kleischijven vliegen over het middenpunt van de cirkel. De lengte van hun vlucht wordt bepaald door de reglementen van de bepaalde skeetvorm. De schutters gaan om beurt van post 1 naar post 8 om de geprogrammeerde kleischijven te schieten.

Olympische skeet

Een Skeetbaan voor Olympische Skeet bestaat uit een Hoog Huis links en een Laaghuis rechts. Beide werphuizen staan 38,8meter uit elkaar. De verbindingslijn tussen deze twee huizen noemt men de Basislijn.
Er zijn 7 schietposten (0,9m x 0,9m) die op gelijke afstanden van mekaar staan (telkens 8,13 meter tussen de middenlijn) in een gebogen lijn, deze lijn zijnde een deel van een cirkel waarvan het middelpunt gelegen is op 5,5meter voorbij de basislijn (19,2m van de voorzijde van elke post). Het middelpunt van de cirkel is aangeduid met een markeerpaal.
Post 8 (0,9m x 1,85m) ligt midden op de basislijn met lengteas op deze lijn.
In elk huis is er een werpmachine. De klei van Hoge huis vertrekt boven het hoofd van de schutter op post 1 op een hoogte van 3,05 meter (± 0,05m). De klei van het Lage huis vertrekt op een hoogte van 1,05m (± 0,05m), rechts van de schutter op post 7. Bij de dubbel moeten de kleis kruisen boven het middelpunt van de cirkel, doorheen een verticaal opgestelde (controle)ring met doormeter 90 à 95 cm waarvan de laagste punt zich bevindt op een hoogte van 4,60 boven het middelpunt van de cirkel. Op een horizontaal terrein en bij kalm weder vallen de kleis op de grond na een vlucht van 68 ±1meter. De kleis moeten worden geschoten binnen de eerste 40,4meter van hun vlucht (deze grens wordt vaak aangeduid met markeerpalen).
Een Skeetparkoers ziet er dus uit als volgt (naar ISSF uitgave 2013).

FIGUUR

Een skeetbaan is verplicht voorzien van een Timer. Door het gebruik van deze timer vertrekt de klei na 0 tot 3 seconde nadat ze door de schutter wordt “geroepen”.

De Olympische Skeetschutter heeft een min of meer horizontale, gele lijn op de schietvest. De plaats van deze lijn is bij reglement ter hoogte van de punt van de elleboog wanneer beide bovenarmen stevig naast het lichaam worden gehouden met de vingers aan de schouders. De geweerkolf moet laag gehouden worden, tot aan deze gele lijn, en dit van bij het afroepen van de klei tot de klei vertrokken is (er mag pas worden geschouderd, nadat de klei vertrokken is.)

Per beurt komen er op de posten 1, 2, 3, 5 en 6 eerst een enkele uitgaande klei en daarna een dubbel (twee kleis tezelfdertijd): één van het hoog huis en één van het laag huis. Bij de dubbels moet de uitgaande klei eerst worden geschoten: het “Hoge huis eerst” op posten 1, 2 en 3, het “Lage huis eerst” op posten 5 en 6. Op post vier tussenin heeft men twee enkele, hoog huis eerst, maar na de dubbel op post 7 (laag huis eerst) –hier geen enkele kleis- heeft men twee dubbels op post vier: de eerste hoog huis eerst, de tweede laag huis eerst. Hierna heeft men nog twee enkele op post 8 (hoog huis eerst).
Bij de Olympische Skeet is twee keer schieten naar de enkele kleis absoluut niet toegestaan, evenmin als het bijladen van het wapen tussen twee enkele kleis, behalve op post 8 waar, voor de veiligheid bij het draaien van het hoge naar het lage huis, slechts één patroon mag geladen worden, zodat er geen geladen patroon in het wapen is wanneer de schutter zich omdraait.

Een Olympische wedstrijd bestaat uit 5 kwalificatieronden van 25 schoten of kleis, en een Finale.

De Finale wordt bevochten door de beste 6 atleten uit de 5 kwalificatieronden. Ze beginnen de finale met score “nul” (“Start from zero”) en ze moeten schieten in de volgorde van hun plaats in de kwalificatieronden en het daaruit volgend rugnummer (deze met de hoogste score na de 5 ronden heeft rugnummer “1” en schiet eerst, enz.).
De Finale heeft een ander parcours dan de kwalificatieronden en bestaat uit 6 opeenvolgende reeksen van 5 dubbels (10 schoten). De scores van deze reeksen tellen op tijdens het finaleverloop.

    Reeksen 1, 3 en 5:
    • Post 3: dubbel van hoog (gewone dubbel), dubbel van laag (omgekeerde dubbel)
    • Post 4: dubbel van hoog
    • Post 5, dubbel van hoog (gewone dubbel), dubbel van laag (omgekeerde dubbel)
    Reeksen 2, 4 en 6:
    • Post 3: zoals hierboven
    • Post 4: dubbel van laag
    • Post 5: zoals hierboven

Bij de finale schiet elke finalist reeksen 1 en 2, zijnde 20 schoten. De schutter met de laagste score valt dan af. Bij gelijke “laagste score”, en dit geldt na elke reeks van 10 kleis, valt de “laatst geklasseerde na de 5 kwalificatieronden” af (= de finalist met het hoogste rugnummer).
Vervolgens schieten de 5 overgebleven finalisten reeks 3: de laagste totaalscore valt af.
Vervolgens schieten de 4 overgebleven schutters reeks 4: de laagste totaalscore valt af
Vervolgens schieten de 3 overgebleven schutters reeks 5: de laagste totaalscore valt af. Deze finalist wordt derde (behaalt Brons).
De twee overgebleven schutters schieten voor Goud en Zilver (eerste en tweede plaats).

Indien er na de zesde reeks gelijke stand is tussen de twee laatst-overgebleven finalisten volgt een shoot-off. Deze shoot-off verloopt volgens het parkoers van de finale maar telkens per één dubbel: de eerste schutter schiet de eerste dubbel op post 3, daarna schiet de tweede schutter deze dubbel. Vervolgens wordt door beide finalisten de tweede (omgekeerde) dubbel op post 3 geschoten, enzovoort. Tot een van beiden minder scoort dan de tegenstrever. Deze laatste wint dan Goud en behaalt de eerste plaats.

Algemeen:

  • De kwalificaties worden voor ISSF- en Olympische wedstrijden en E.K. of W.K. over minstens twee dagen gespreid: dag 1= 75 schoten, dag 2= 50 schoten + finale (of minder frekwent toegepast: 1=50, 2=50, en 3=25+finale)
  • Er is een norm voor munitie. Bij ISSF-wedstrijden en Olympische wedstrijden wordt in de landen waar loodhagel toegelaten is, loodhagel voorgeschreven.
    • Voor loodhagel geldt: gewicht maximum 24 gram, korrelgrootte 9 (of 10)
    • Voor staalhagel (bij landelijk verbod op lood) geldt eveneens 24 gram maximum, en is er de keuze tussen korrel 7 en 9.
      • Korrel 7 (grovere korrel)  kleis gaan beter breken
      • Korrel 9 (fijnere korrel, = meer korrels)  meer kans (?) op raken van de klei.
Jachtskeet

De originele jachtskeet verschilt sterk van de Olympische Skeet:
- er is geen timer, dus komt de kleischijf onmiddellijk na het roepen
- patronen mogen 28 gram hagel bevatten.
- men mag wel twee keer schieten naar de enkele kleischijven.
- In de wachttoestand mag men de kolf houden tot net onder de oksel
- Bij gelijktijdig treffen van de dubbels moet de beurt hernomen worden maar de eerste blijft een treffer.
- Bij doubletten is het gelijk welke men eerst treft.
- Het parcours is verschillend

  • Posten 1 – 2 – 5 – 6 : hoog- laag en dubbel
  • Posten 3 en 4, enkel hoog en enkel laag
  • Post 7 Hoog- laag- dubbel-laag
  • Geen post acht.

- Bij een treffer van een “onregelmatige” doublet (doublet met één no-bird –kleischijf ) neemt de schutter de treffer mee in de herhaling, de misser niet.

Sportskeet

In deze variant van de jachtskeet zoals die recent in Nederland is gereglementeerd, wordt het parkoers van de jachtskeet gekoppeld aan de “schietvoorschriften” van de Olympische Skeet

  • de wachttoestand is voorgeschreven als bij de skeet (kolf tegenaan de heup)
  • bij gelijktijdig of verkeerd schieten van de doubletten worden de regels van de Olympische skeet toegepast.
  • Men mag geen twee keer schieten naar de enkele duiven.
Amerikaanse skeet

De Skeet is ontstaan in de USA. Terwijl de regels van de Olympische Skeet heel wat wijzigingen ondergingen is de Amerikaanse Skeet quasi “authentiek” is gebleven.
De eigen kenmerken van hun eigen discipline zijn vooral.
- geen timer, maar de kleischijven mogen tot één seconde wegblijven. Bij schieten naar een kleischijf die langer wegblijft vooraleer no-bird is geroepen telt het schot.
- men mag het geweer aanschouderen voor men de kleischijf gaat roepen (“high gun”)
- het parkoers is

  • posten 1 – 2 – 6 en 7: hoog – laag – en doublet: zijnde 16 kleischijven
  • posten 3 – 4 en 5: hoog en laag : zijnde 6 kleischijven
  • post 8: het lage huis wordt geschoten nadat iedereen het hoge heeft geschoten.
  • Dit zijn in totaal 24 kleischijven. De 25ste kleischijf is: ofwel de eerste misser hernemen of indien er geen missers zijn: hernemen van de laatste kleischijf zijnde post 8 laag huis.
  • bij de doubletten moet eerst naar de uitgaande kleischijf geschoten.
  • - Wanneer men bij een doublet de twee kleischijven tegelijk schiet blijft de eerste een treffer maar men moet bij de herneming met het tweede schot de tweede treffen om voor deze een treffer te hebben.
    - De kleischijf valt op ongeveer 56 meter ver. Dit komt

    • Deels door een trager vertrek van de kleischijf uit de machine
    • Deels door een andere vorm van de kleischijf die hoger (2.86 cm ipv 2.5cm) is bij zij- of vooraanzicht en dus meer luchtweerstand en vertraging krijgt.

    Deze discipline lijkt makkelijker en is het ook. Ze geeft dan ook veel schietplezier aan beginnende schutters en de “mindere” schutters. De verschillende graden van moeilijkheid in wedstrijden wordt (in de USA) tot stand gebracht door gebruik te maken van grotere en kleinere kalibers: Wedstrijden kaliber 12, wedstrijden kaliber 20, kal. 28 en kal. 0.410.

Engelse skeet

Bij Engelse Skeet gelden volgende eigen regels:
- normale rottes (squads) bestaan uit 5 schutters
- de kleischijven hebben een vlucht van 50 à 52 meter
- er is geen timer
- het parkoers van de Engelse skeet is

  • posten 1 – 2 – 4 – 6 : hoog, laag, dubbel
  • posten 3 en 5: Hoog en laag
  • post 7: Laag en hoog, dubbel
  • geen post 8
  • de eerste misser wordt hernomen en is de 25ste klei. Bij een vlekkeloos parcours is de keuze als 25ste kleischijf de keuze van de schutter zelf tussen het hoog of het lage huis.

- op post 4 dient de schutter vooraf te melden welke kleischijf hij bij de doublet eerst zal schieten.
- Tussen 2 enkels mogen geen patronen worden geladen tenzij de eerste een no-bird is. Men mag dus geen twee keer schieten naar de enkele kleischijf.

Old skeet

Nadat de ISSF de twee dubbels op 4 had ingevoerd waardoor de moeilijkheid van het parkoers vooral voor de mindere schutters sterk toenam, werd op sommige plaatsen “Old Skeet” in het leven geroepen om de skeet terug aantrekkelijker te maken. In België heeft deze vorm vooral in Wallonië zijn aanhangers, In deze Skeet-vorm vallen de doubletten op post 4 weg en ze worden vervangen door enkele inkomende kleischijven op posten 2-3-5 en 6, waarbij er wordt dus teruggegaan naar het Olympische Skeetparkoers van “lang geleden”.
Nostalgie dus, maar ook een poging om nieuwe skeetschutters aan te trekken en kansen te geven.

Weischietingen

Door het groot tekort aan vaste kleischietstanden in Vlaanderen spelen weischietingen een belangrijke rol in het bieden van trainingsmogelijkheden aan de Vlaamse kleischutters.
Sportschutters en jagers ontmoeten hier mekaar in een vriendschappelijke sfeer.
Wanneer een weischieting ingericht is door, of in samenwerking met, een Vlaamse club die lid is van een Vlaamse schietsportfederatie, kunnen sportschutters hier een geldige schietbeurt (categorie C) laten noteren in hun sportschuttersboekje.